Ontvang de nieuwsbrief!


Ontvang HTML?

Ook de Welsh Springer Spaniel kan te maken krijgen met de erfelijke aandoening van heupdysplasie, beter bekend als HD. De ziekte Heupdysplasie werd voor het eerst beschreven in de jaren 30 waarvan men dacht dat het een zeldzame aandoening van de heupgewrichten was. Thans kennen we de ziekte als het meest voorkomende erfelijke gewrichtsprobleem bij grotere hondenrassen waaronder de welsh springer spaniel. Vanaf die tijd heeft de problematiek de wetenschappers flink beziggehouden. Nu, nadat tenminste in theorie, de degeneratieve (aantasting en ver/misvorming van het heupgewricht) en soms zeer pijnlijke aandoening duidelijk is, moet nog veel geleerd worden over hoe de ziekte behandelt kan worden zodat de aandoening zich niet verder uitbreidt.

Vroeger was het enige houvast voor de aandoening de wijze waarop de hond liep om te beoordelen of de heupen goed waren. Echter het blijkt dat er geen verband bestaat tussen de loopgang van de hond en de kans op de aandoening: honden die “schommelen/afzwaaien” hoeven geen HD te ontwikkelen, en omgekeerd honden die goed lopen kunnen HD ontwikkelen.

Letterlijk betekent heupdysplasie afwijking van de ontwikkeling van het heupgewricht. Het wordt gekenmerkt door het vlakker worden van de gewrichtskom (zie figuur) en veranderingen van de vorm van de gewrichtskop van het dijbeen (zie figuur).

In dit verband is ook de medische term artritis van belang wat betekent gewrichtsontsteking. In eerste instantie raakt het gewrichtskapsel ontstoken wat gaat zwellen en ontstekingsvocht gaat produceren. Geleidelijk kan ook het kraakbeen en/of de botten worden aangetast. De periode van ontstekingen verschild altijd, het kan lange periode aanhouden en kan ineens (voor jaren) verdwijnen of opkomen.

De veranderingen van de vorm van de “kom” en de “kop” van het heupgewricht kunnen ontstaan door te grote speling in het heupgewricht. HD kan aanwezig zijn met of zonder uiterlijke kenmerken. De aandoening kan aanwezig zijn in een enkel heupgewricht of in beide gewrichten. Als gevolg van de afwijking van de heupgewrichten kan zich ernstige artritis (ontsteking van het gewricht) ontwikkelen waardoor de hond pijn heeft en heviger wordt naarmate de ziekte vordert. Veel jonge honden hebben tijdens de groei of kort daarna pijn aan de heupgewrichten, vaak voordat artritis zich voordat. Het is niet ongewoon dat de pijn verdwijnt om jaren later zich weer te manifesteren door ontwikkeling van artritis.

Heupdysplasie is een ontwikkelingstoestand en geldt niet als een aangeboren afwijking.

Honden met HD schijnen met goede heupen geboren te worden en de ziekte dan pas later te ontwikkelen. Dit heeft geleidt tot de vraag welke factoren een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van de ziekte. Niet alle honden met genetische aanleg ontwikkelen HD en de mate van heupdysplasie schijnt niet altijd te correleren met de verwachtingen gebaseerd op de conditie van de ouders. In tegenstelling tot veel andere genetische afwijkingen is heupdysplasie niet terug te voren op een enkele gen maar is de afwijking het gevolg van meerder genen. Zoals andere poligenetische afwijkingen speelt de omgeving voor circa 50% een rol (de meningen hierover verschillen) bij de ontwikkeling en de mate van de heupaandoening. Honden zonder genetische aanleg krijgen geen HD (LabradorNet)1.

De symptomen

De symptomen hangen af van de ernst van de afwijking , maar kunnen in bepaalde situaties goed worden waargenomen:
Zoals gesteld leidt HD niet altijd tot uiterlijke kenmerken bij de welsh springer spaniel. Indien er wel uiterlijke symptomen zijn, waarvan de mate afhankelijk is van de ernst van de afwijking, kan dat in bepaalde omstandigheden worden waargenomen:
Beide achterpoten tegelijk gebruiken om zich snel voor te bewegen, om zijn gewicht naar de voorpoten te verplaatsen. Stijf opstaan na een rustperiode. Zeer snel uitgeput na een normale wandeling. Een achterpoot niet gebruiken. Een gang welke duidelijk afzwaait. Moeilijkheden met traplopen. Koehakkigheid (hakken worden naar binnen gedraaid).

Bij dergelijke symptomen kan de dierenarts d.m.v. een röntgenfoto zien of er inderdaad sprake is van HD, en wordt met name gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de kommen en aan de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten (LabradorNet)2.

Preventie

Een afdoende behandeling voor HD bestaat niet, ook voor de welsh springer spaniel niet. Daarom moet getracht worden de ontwikkeling van HD zoveel mogelijk te voorkomen.

Nogmaals HD wordt niet veroorzaakt door omgevingsfactoren maar ze beïnvloeden wel of de hond heupdysplasie ontwikkeld indien genetische aanleg aanwezig is. Met andere woorden de wijze waarop de hond wordt grootgebracht bepaald niet de ontwikkeling van HD maar heeft wel invloed op wanneer en of de ziekte zich manifesteert.

Die factoren zijn:

  1. soort voeding;
  2. beweging;
  3. fokkerij.

Ad 1.
Op dit moment blijkt de voornaamste bijdragende factor naast de genetische aanleg snelle groei en gewicht toename te zijn. Uit recent onderzoek is gebleken dat een significante vermindering van de ontwikkeling van klinische HD plaats vond in een groep pups die 25% minder te eten kregen dan de controle groep die konden eten wat ze wilden. Het is waarschijnlijk dat de speling in de heupgewrichten toeneemt door snelle gewichtstoename.

Tijdens de groei van het bot wordt steeds kraakbeen omgezet in bot: zowel in de groeischijf als bij de uiteinden van alle botten. Verbening van het kraakbeen kan verstoord worden door voedingsfouten:

  • eten met een laag eiwit (verhoudingsgewijs minder energie dan vet) en calorie gehalte kan de aantasting van het heupgewricht bij honden met een genetische aanleg afremmen;
  • extra kalk (calcium) en Vitamine D (nodig voor beenvorming) hebben juist een averechts effect op de skelet- en gewrichtsontwikkeling; vitamine c helpt bij het afremmen van het ziekteproces van gewrichtsziekten (osteoarthrosis (zonder pijn) en osteoarthritis (met pijn)) zoals HD en verzacht de pijn bij heupdysplasie. Voor honden met een grotere aangeboren kans op HD kan vitamine c mogelijk een operatie voorkomen. Vitamine c, in tegenstelling tot andere vitaminen, is over het algemeen onschadelijk omdat het teveel uitgescheiden wordt. Wel is er sprake van een darmtolerantie. Is deze bereikt, dan wordt de inhoud van de darmen opvallend zacht. Dit is tevens de manier waarop bepaald kan worden hoeveel vitamine C ingenomen kan worden. Zodra de darmwerking teveel gestimuleerd wordt dan is de grens overschreden. Er zijn verschillende varianten van vitamine c zoals Ascorbate Mineral-C . Wie meer over wil weten over de (heilzame) werking van vitamine c kan ik verwijzen naar (studies van) Berge, GE. 1990, Brown, LP. 1994a, Sylvia Hammarstrom3 en een artikel uit "outdoor life magazine5" over het verband tussen vitamine c en HD;
  • Om de ontwikkeling bij pups van HD te verminderen is het beter om pupvoedsel te gebruiken en in kleinere hoeveelheden dan te vroeg overstappen op volwassen honden voer. Dit omdat de hoeveelheid calcium en fosfor in verhouding tot het calorie gehalte dusdanig is dat de pup sneller een overschot van calcium en fosfor binnenkrijgt door het eten van volwassen hondeneten doordat de pup meer eet om toch het nodige aan calorieën binnen te krijgen.

Een hond die een "complete voeding" krijgt heeft geen behoefte meer aan extra vitaminen en mineralen. Dit geldt echter niet voor vitamine C.
Als vuistregel doet men er goed aan de aanwijzingen van de voerfabrikant omtrent de te verstrekken hoeveelheid voer op te volgen.

Ad 2.
Het vermijden van excessieve lichaamsbeweging zodat overmatige belasting van de heupgewrichten wordt voorkomen (d.i. rennen naast de fiets, gewicht trekken, beperken van springen, trap lopen etc.),

Ad 3.
Uit recente studies is gebleken dat 2 van de 10 geboren pups van zogenaamde HD-vrije ouders heupdysplasie ontwikkelen.. De kans op HD neemt toe met 5 uit 10 als 1 van de ouders HD heeft; 8 uit 10 als beide ouders HD hebben (LabradorNet)1.

Uw Welsh Springer Spaniel en HD

Wanneer de Welsh geen klachten vertoont is behandeling niet nodig en gelukkig kunnen veel honden ondanks hun HD prima als huishond functioneren. De kans op problemen blijft echter bestaan en zal toenemen naarmate meer van de hond wordt geëist (zoals bijvoorbeeld bij africhting) en naarmate de hond ouder wordt. HD is niet te genezen, maar in veel gevallen wel te behandelen. Misvormingen van de heupgewrichten kunnen, eenmaal aanwezig, niet meer ongedaan worden gemaakt. Een behandeling zal dan ook vooral gericht zijn op de revalidatie van de afwijkende heupgewrichten:

  • overmatig lichaamsgewicht voorkomen of drastisch verminderen (vermageren) om onnodige belasting van de heupgewrichten te voorkomen;
  • regelmatige lichaamsbeweging om de gewrichten minder stijf te doen worden en proberen de bespiering te bevorderen (vaak korte stukjes uitlaten, lichte looptraining, zwemmen);
  • pijnbestrijding als ondersteuning van de revalidatie (injectie of medicijnen, en/of eventueel operatief ingrijpen (LabradorNet)2.

De diagnose

Zoals bij paragraaf preventie vermeld is het van belang om juist bij het fokken van rashonden dus ook bij de welsh springer spaniel te achterhalen of er aanleg voor HD aanwezig is of niet.

Een ervaren dierenarts kan met behulp van Barden's palpatietechniek al bij een pup van vijf à zeven weken voelen of de hond kans heeft op HD ontwikkeling, dit is echter subjectief en derhalve niet altijd accuraat. De dierenarts kan voelen of de heupkop al dan niet "vast" in de heupkom zit. Veel Nederlandse dierenartsen beheersen deze techniek echter niet of onvoldoende. In Nederland wordt de OFA-methode van fotograferen gebruikt. Over deze methode is niet iedereen gelukkig 1& 2:

  1. De positionering van het gewricht tijdens de opname is van cruciaal belang bij de beoordeling. De juiste interpretatie van de foto is erg lastig;
  2. Er is weinig tot geen correlatie tussen een interpretatie van een OFA foto genomen op jonge leeftijd van de hond en een foto genomen op latere leeftijd;
  3. de voorspellende waarde van OFA beoordeling is nooit aangetoond.

OFA foto van een goede heup
De linker foto toont een goede heup. Je ziet een goede gladde kop en hoe goed de kop in de kom past. Een dergelijke heup zal waarschijnlijk geen HD ontwikkelen.

De rechter foto toont het gevolg van jarenlange ontsteking door een slechte pasvorm. Een vlak gesleten kom en een korte verbinding tussen het heupbeen en de kop. Deze ernstige artritis is het gevolg van heupdysplasie.


OFA foto van een slechte
Vanwege bovenstaande wordt aangeraden geen OFA foto te laten maken van een hond jonger dan twee jaar en ouder dan 5-6 jaar met de bedoeling de röntgenfoto's te laten beoordelen door de W.K. Hirschfeldstichting. Een foto van een hond jonger dan 2 jaar is moeilijk te interpreteren (nog niet volgroeid) en van een hond ouder dan 5-6 jaar is het moeilijk onderscheidt te maken tussen artritis ontstaan door ouderdom of als gevolg van HD.

Er zijn nieuwere methoden zoals de PennHIP methode ontwikkeld. Door positionering van de hond tijdens de foto-opnamen en het nemen van drie foto’s vanuit elk een ander aanzicht kan op meer accurate wijze een beoordeling plaatsvinden.

Door middel van een MRI-scan kan al bij een pup van 16 weken HD worden geconstateerd. Maar dat gebeurt in Nederland niet.

Bij de ideale situatie is de gewrichtskop van het dijbeen 100 % aangesloten in de gewrichtskom. De kop is volledig opgesloten en vertoont geen enkele ruimte.
Maar helaas komt deze situatie in de praktijk maar zelden voor.

Om nu de erfelijkheid van HD in kaart te brengen en te onderzoeken is er door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland een organisatie benoemd welke onderzoek doet naar de erfelijkheid en aanwezigheid van HD.
Deze organisatie, de W.K.Hirschfeld Stichting, heeft onder meer als taak de beoordeling van röntgenfoto's op HD die aan een speciaal HD-panel worden voorgelegd. Dit panel bestaat uit veterinaire specialisten. Zij maken een rapport met de definitieve HD-beoordeling volgens de F.C.I. (Federation Cynologique International). Deze F.C.I. beoordeling is een vertaling van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk is de HD-uitslagen uit de betreffende landen te vergelijken.

Het panel geeft een definitieve beoordeling af, welke de mate van HD aangeeft.

HD - (= negatief) Röntgenologisch vrij van heupdysplasie
HD Tc (= overgangsvorm) Röntgenologisch geringe afwijkingen
HD ± (= licht positief) Röntgenologisch afwijkingen aanwezig
HD + (= positief) Röntgenologisch duidelijke afwijkingen aanwezig
HD ++ (= positief in optima forma) Röntgenologisch ernstig misvormd.

De uitslag geeft echter alleen uitsluitsel over de aanwezigheid van HD bij de hond , maar geeft niet aan of de hond drager is van de afwijking. Bijvoorbeeld een hond met genetische aanleg voor HD die door goede omgevingsfactoren geen HD heeft, krijgt een HD - beoordeling, echter is genetisch weldegelijk drager van de ziekte. EN een HD vrije hond ( negatief) gekruist met een HD vrije hond (negatief) geeft dus zeker niet de garantie dat de pups ook HD vrij zijn. En 2 x HD ++ kan een negatieve hond geven, maar deze is dan zeker drager van een HD erfelijke afwijking. Dus er is geen sprake van een directe correlatie tussen de HD beoordeling en de genetische aanleg.

Definitief uitsluitsel voor genetische aanleg kan alleen DNA onderzoek aantonen maar helaas is de wetenschap nog niet zo ver. Zolang dat nog niet mogelijk is moet de erfelijkheid van HD in de generaties daarvoor worden bekeken.

WK Hirschfeld

De WK Hirschfeld Stichting schrijft het volgende over fokken en HD:
Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinst is. Bij de rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin HD vaak voorkomt is dit helaas niet altijd mogelijk.

Naast de HD beoordeling wordt er ook een Norbergwaarde genoemd in de beoordeling. Deze waarde geeft de diepte en aansluiting van het gewricht aan. De Norbergwaarde van de linker- en rechterheup worden bij elkaar opgeteld en geven de "Som Norbergwaarden".

Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15. Dit betekent dat de hoek 3 (zie plaatje Norbergwaarde) 15 graden is, de som van beide heupgewrichten dus derhalve 30. Honden met een lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte (losse) aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze zullen een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent niet automatisch dat de hond goede heupgewrichten heeft. Diepe heupkommen maar een niet overal even brede gewrichtsspleet of onvoldoende aansluiting kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht) positieve HD beoordeling.

Om de hond te kunnen laten röntgenen dient deze de leeftijd van minimaal 12 maanden te hebben.
Een beoordeling kan maximaal 1 x per jaar plaats vinden en de uitslag van dit onderzoek vervangt de vorige uitslag.
Dus is de hond eerst HD licht positief beoordeeld en deze wordt een jaar later opnieuw beoordeeld , maar de uitslag is dan HD negatief, dan vervalt de eerste beoordeling (Clubblad Doberman)6.

In België is het verplicht een HD-onderzoek te laten uitvoeren wanneer met zijn reu of teef wil fokken. Doet men dit niet, dan zal men voor de pups geen stamboom kunnen krijgen, ook al hebben de ouderdieren er wel één.
In Nederland geldt deze verplichting niet, maar daar staat tegenover dat Nederland van alle Europese landen het strengst controleert en interpreteert, ondanks de sterk verouderde en achterhaalde methoden.

Geraadpleegde literatuur op het web:

1 http://members.nbci.com/labradornet/ddyspla.html (LabradorNet)

2 http://members.nbci.com/labradornet/hd.html (LabradorNet)

3 http://www.canismajor.com/dog/pennhip1.html (Kathleen R. Hutton, DVM)

4 http://www.cyberpet.com/cyberdog/articles/health/vitc.htm (Sylvia Hammarstrom)(Engelstalig)

5 Outdoor Life Magazine, Larry Muller

6 Clubblad Dobermann, Heupdysplasie-onderzoek bij de hond

Andere websites over dit onderwerp:

Literatuur:

  • Berg R.A., Prockop B.J. "The thermal transition of a non-hydroxilated form of colagen: Evidence for a role for hydroxiproline in stabilizing the triple helix of collagen." Bio Chem Bio Phys Res Commun. 1973; Vol. 52:115-129.
  • Berge, G.E. "Polyascorbat, et behandlings-alternativ ved kroniske forandringer I stotte og bevegelsesapparetet hos hund", Norsk Veterinaertidsskrift (Norwegian Vet J), August/September 1990;102:581-582.
  • Berge, GE. 1990. Poly ascorbate (C–Flex), an interesting alternative by problems in the support and movement apparatus in dogs. The Norwegian Veterinary Journal 102: 579–581 [English translation of Norwegian study mentioned above]
  • Belfield, W.O. "Chronic subclinical survey in canine hip dysplasia." Vet Med Sm An Clin. 1976; Vol. 71:1399-1403.
  • Brown, LP. 1994a. Vitamin C (ascorbic acid)– new forms and new uses in dogs.
    Proceedings of the 1994 American Holistic Veterinary Medical Association Annual
    Conference, Orlando, FL. pp. 119–125.
    Brown, LP. 1994b. Vitamin C. New forms and new uses in dogs. New Editions Health World, Nov/Dec 1994, pp. 44–45.
    Brown, LP. 1994c. Ester–C® for joint discomfort – a study. Natural Pet 3 (#6): 25–27.
  • Brown, S. Gary: Skeletal Diseases. In Ettinger, Stephen J.(ed.), Textbook of Veterinary Internal Medicine: Diseases of the Dog and Cat;Vol. 2. Philadelphia, W.B. Saunders Company, 1975.
  • Cargill J.C. "Feed That Dog! Part II." Dog World. 1993 August;75(8):12.
  • Donoghue, S.: Nutritional recommendations for reproductive performance. In Kirk, Robert W. (ed.), Current Veterinary Therapy XI, pp. 971-980. Philadelphia, W.B. Saunders Company, 1992.
  • Finco, D.R. and Brown, S.A.: Inappropriate dietary protein and mineral restriction in dogs and cats. In Kirk's Current Veterinary Therapy XII (ed. J.D. Bonagura), pp. 958-961. W.B. Saunders Company, Philadelphia, 1995.
  • Hanssen I. "Hip Dysplasia in dogs in relation to their month of birth." Vet Rec. 1991 May 4;128(18):425-6.
  • Hedhammer A., Wu F.M., Krook L., Schryver H.F., de Lahunta A., Wahlen J.P., Kallfelz F.A., Nunez E.A., Hintz H.F., Sheffy B.E., Ryan G.D. " Overnutrition and skeletal disease. An experimental study in growing Great Dane dogs." Cornell Veterinarian 1974;64 supp15:11-160.
  • Hedhammer A., Krook L., Schryver H.F., Kallfelz F. " Calcium balance in the dog." In "Nutrition of the Dog and Cat" ed. Anderson R.S.; Pergamon Press, Oxford 1980:119-27.
  • Hazewinkle H.A.W. "Influence of different calcium intakes on calcium metabolism and skeletal development in young Great Danes." PhD Thesis Utrecht State University 1985.
  • Hazewinkle H.A.W., Goedegbuure S.A. Poulos P.W., Wolvekamp W.ThC. "Influences of chronic calcium excess of the skeletal development of growing Great Danes." J Am An Hosp Assoc. 1985;21:377-91.
  • Kealy, R.D., Olsson, S.E., Monti, K.L., Lawler, D.F., Biery, D.N., Helms, R.W., Lust, G., and Smith, G.K. Effects of limited food consumption on the incidence of hip dysplasia in growing dogs. J. Am. Vet. Med. Assoc., 201:857-863, 1992.
  • Kealy R.D., Olsson S.E., Monti K.L., Lawler D.F., Biery D.N., Helms R.W., Lust G., Smith G.K. "Effects of dietary electrolyte balance on subluxation of the femoral head in growing dogs." Am J Vet Res. 1993 April:54(4):555-62.
  • La Croix, Jeffrey A.: Osteochondrosis Dissecans, Enostosis (Eosinophilic Panosteitis) and Hypertrophic Osteodystrophy (Lameness). In Kirk, Robert W. (ed.), Current Veterinary Therapy VI. Philadelphia, W.B. Saunders Company, 1977.
  • Lust G., Beilman W.T., Rendanom V.t. "A relationship between degree of laxity and synovial fluid volume in coxofemoral joints of dogs predisposed for hip dysplasia." Am J Vet Res. 1980,41:55-60.
  • Olsson, Sten-Erik: Canine Hip Dysplasia. In Kirk, Robert W. (ed.), Current Veterinary Therapy VI. Philadelphia, W.B. Saunders Company, 1977.
  • Smith, G.K., Popovitch, C.A., Gregor, T.P.and Shofer, F.S.. Evaluation of risk factors for degenerative joint disease associated with hip dysplasia in dogs. J. Am. Vet. Med. Assoc., 206:642-647, 1995.
  • Smith, G.K. and McKelvie, P.J.. Current concepts in the diagnosis of canine hip dysplasia. In Kirk's Current Veterinary Therapy (ed. J.D. Bonagura), pp. 1180-1188. W.B. Saunders Company, Philadelphia, 1995.
  • Smith G.K., Gregor T.P., Rhodes W.H. Biery D.N. "Coxofemoral joint laxity from distration radiography and its contemporaneous and prospective correlation with laxity, subjective score, and evidence of degenerative joint disease from conventional hip-extended radiography in dogs."" Am J Vet Res. 1993 July;54(7):1023.